Muizen, wasmanden en andere discussies die je van een puber verliest

Pubers zijn fascinerende wezens. Ze kunnen moeiteloos een debat van twintig minuten voeren over waarom een klokhuis in een vuilnisbakje geen muizen aantrekt, maar slagen er niet in een spijkerbroek in een wasmand te gooien. Mijn veertienjarige dochter vormt daarop geen uitzondering. En hoewel ik haar soms achter het behang zou willen plakken, zou ik haar voor geen goud willen missen.

_____________________________________________________________________________________

Laatst stond ik in de deuropening van de kamer van mijn veertienjarige dochter. “Kamer” is overigens een ruim begrip. Het is een soort gebied waar ooit vloer heeft gelegen, maar waar inmiddels zoveel kleding, tassen, snoeren, mokken en andere mysterieuze voorwerpen liggen dat archeologen er waarschijnlijk enthousiast van zouden worden. Ik besloot een dappere poging tot opvoeden te doen. “Ruim je rotzooi eens op,” zei ik. “En laat geen eten liggen, want anders krijgen we muizen.” Ze keek niet eens op van haar telefoon. Sterker nog: ik weet niet eens zeker of ze wist dat ik fysiek aanwezig was. Met een oogrol waar je een windmolenpark op zou kunnen laten draaien, kwam ze direct met haar verweer: “Ja, maar ik heb toch alles netjes in een vuilnisbakje gegooid? En daar stond ik.  Verslagen. Want eerlijk is eerlijk: het was een argument waar ik niet direct een weerwoord op had. Blijkbaar leven er in haar universum uiterst beschaafde muizen die keurig de huisregels respecteren. “Nee jongens, doorlopen. Dat klokhuis ligt in een bakje. Dat is privébezit.” De discussie was voorbij voordat hij begonnen was. Schaakmat. Voor de zoveelste keer.

De beker die een eigen leven begon

Maar die muizen zijn nog het minst ingewikkelde onderdeel van het puberleven. Het echte mysterie is servies. Meer specifiek: waarom een leeg bord, een beker of een glas nooit meer uit een slaapkamer vertrekt zodra het eenmaal de drempel heeft gepasseerd. Mijn dochter hoeft maar één keer chocolademelk te drinken en die beker begint aan een compleet nieuwe levensfase. Na een paar dagen verandert de inhoud van kleur. Na een week begint er iets te groeien. Na twee weken verwacht ik eigenlijk dat hij zichzelf voorstelt. “Hoi, ik ben Kevin. Ik woon hier nu.” Er komt een moment waarop je niet meer zeker weet of je een beker oppakt of deelnemer bent aan een natuurdocumentaire.

Het raadsel van de wasmand

En dan hebben we natuurlijk nog de wasmand. Een eenvoudig concept, zou je denken. Mand. Opening. Vuile was erin. Klaar. Maar ergens tussen mijn logica en die van een veertienjarige zit een storing in de verbinding. Want kleding belandt vrijwel nooit ín de wasmand. Wel ervoor. Eronder. Erop. Ernaast. Achter. Soms zelfs in dezelfde ruimte. Blijkbaar telt dat al als een overwinning. Ik tref regelmatig een spijkerbroek aan die letterlijk twee centimeter van de opening ligt. Twee centimeter. Dat is ongeveer de afstand tussen succes en een lichte zenuwinzinking. Dicht genoeg om te laten zien dat ze het principe begrijpt. Ver genoeg om mij spontaan een zenuwtrekje te bezorgen.

De wetenschap zegt dat het niet haar schuld is

Het irritante is dat wetenschappers hier nog begrip voor hebben ook. Puberhersenen zijn namelijk nog volop in aanbouw. Het emotionele deel draait overuren, terwijl het deel dat verantwoordelijk is voor logisch nadenken nog bezig is met de installatie. Dat verklaart waarschijnlijk waarom een vuilnisbakje volgens haar automatisch muiswerend is. Of waarom een sok op de grond blijkbaar een totaal andere status heeft dan diezelfde sok in een wasmand. Ik zeg niet dat ik het begrijp. Ik zeg alleen dat er mensen met universitaire opleidingen zijn die beweren dat dit normaal is.

Hoe overleef je dit?

Inmiddels heb ik geleerd dat discussiëren zinloos is. Ga nooit in debat met een puber. Zij heeft tijd. Zij heeft energie. En vooral: zij heeft een verbazingwekkend vermogen om van een discussie over een klokhuis binnen dertig seconden een filosofisch gesprek over de rechten van knaagdieren te maken. Dus tegenwoordig houd ik het simpel. “Gooi de was in de mand.” “Neem je beker mee.” “Leeg het vuilnisbakje.” Geen discussie. Geen onderhandeling. Geen TED Talk. Gewoon de boodschap en daarna weglopen voordat de tegenpartij een tegenargument kan formuleren.

De troost

Het is gelukkig een fase. Dat zeggen tenminste alle ouders van volwassenen. En ik klamp me vast aan die informatie alsof het een reddingsboei is. Want achter de oogrollen, de sarcasme-aanvallen, de vergeten bekers en de mysterieuze berg kleding op haar vloer zit nog steeds hetzelfde meisje dat ooit met plakkerige handjes op schoot kroop voor een knuffel. Ze wordt groter. Slimmer. Zelfstandiger. En af en toe ook lichtelijk onuitstaanbaar. Precies zoals het hoort.

En eerlijk is eerlijk: er zijn dagen dat ik overweeg haar in te metselen in een muur en daar een keurige laag stucwerk overheen te trekken. Gewoon voor een uurtje of twee. Puur therapeutisch. Bovendien wil ik nog steeds leren stuken, dus dan sla ik meteen twee vliegen in één klap. Maar hoe aantrekkelijk dat plan soms ook klinkt, ik zou haar voor geen goud willen missen. Ze is mijn grootste trots, mijn mooiste cadeau en de reden dat ik iedere ochtend weer mijn bed uit kom. Achter de puberlogica, de discussies, de oogrollen en haar mysterieuze oorlog tegen wasmanden zit nog altijd mijn meisje.

Mijn allerliefste meisje. En van haar houd ik tot aan de maan en weer terug. Iedere dag opnieuw. ☕💜

Disclaimer: Alle meningen in deze blog zijn tijdelijk, licht verteerbaar en 100% politiek-vrij. Eventuele overeenkomsten met serieuze standpunten berusten op toeval en een gebrek aan koffie.

Leave a comment