Je kent ze wel. Die mensen die op feestjes of, nog erger, in een passief-agressieve Instagram-caption vertellen dat ze eindelijk hun happy place hebben gevonden. Meestal blijkt dat een hagelwit strand op Bali te zijn waar ze in een ongemakkelijke yogahouding naar de zonsondergang staren. Of een minimalistische designhut op de Veluwe waar de stilte zo intens is dat je je eigen organen kunt horen functioneren. Ik probeer dan altijd begripvol te knikken.
Terwijl er diep van binnen een klein cynisch stemmetje roept: “Hou toch op.”
Begrijp me niet verkeerd. Ik gun iedereen zijn spirituele oase. Maar laten we eerlijk zijn: de werkelijkheid van de gemiddelde millennial-happy place bestaat meestal uit zandvliegen, lauwe matcha-lattes en lichte paniek omdat de wifi-verbinding het begeeft. Mijn zoektocht naar een happy place begon dan ook niet uit spirituele ambitie, maar uit pure noodzaak.
Na een absurd drukke werkweek bijvoorbeeld. Of na de zoveelste discussie met een puber over het revolutionaire idee dat een slaapkamer geen alternatieve opslaglocatie voor kleding is. En dat beschimmelde theekopjes zich verrassend genoeg niet zelfstandig naar de vaatwasser verplaatsen. Op zulke momenten verlang ik niet naar een mooi uitzicht. Ik verlang naar rust.
Doodse stilte. Een auditief vacuüm waarin even helemaal niets hoeft.
Mijn droombos
Dat verlangen heeft me jarenlang achtervolgd. Sterker nog: ik weet inmiddels precies hoe mijn ultieme happy place eruitziet. Een idyllisch houten huisje, diep verscholen tussen de bomen.
Geen verkeer. Geen afspraken. Geen groepsapps. Geen verplichtingen. In theorie althans.
Want in de praktijk geldt er een uitgebreid pakket aan voorwaarden dat vooraf juridisch moet worden vastgelegd met Moeder Natuur. Mijn bos is namelijk behoorlijk gecensureerd.
En met mijn bos bedoel ik ook echt mijn bos. Geen wandelaars. Geen loslopende honden. Geen mountainbikers. Geen schreeuwende kinderen. En zeker geen pubers die met hun ogen rollen wanneer je vraagt of ze hun jas willen ophangen. Gewoon rust. Puur. Onverstoord. Volledig afgesloten van de wereld. Met één kleine uitzondering. Een geasfalteerde privé-oprit.
Want terug naar de natuur is prachtig, maar ik ga natuurlijk niet driehonderd meter door de modder sjouwen met boodschappen. Aan het einde van die oprit ligt een ruime parkeerplaats.
Naast die parkeerplaats staat een laadpaal. Want ik ben dan misschien op zoek naar spirituele verlichting, maar een lege accu helpt daar niet bij. Mijn auto staat droog, veilig, opgeladen en binnen handbereik. Dat lijkt me een redelijke middenweg tussen beschaving en natuurbeleving.
Zen zijn zonder jeukbulten
Aan mijn houten huisje zit een enorme patio. Een prachtig houten dek met uitzicht op een spiegelglad meer. Hier begin ik de dag. De ochtendmist hangt boven het water. De vogels fluiten.
Ik doe yoga. Ik adem in. Ik adem uit. Ik laat alle stress van me afglijden. Tenminste, dat is het idee.
Want de echte wereld heeft muggen. En muggen hebben een bijzonder talent voor timing.
Nergens zijn ze actiever dan tijdens een Downward-Facing Dog. Niet in mijn bos. In mijn bos heerst een volledig insectenvrije zone. Geen muggen. Geen dazen. Geen mysterieuze vliegjes waarvan niemand weet waar ze vandaan komen. Ik adem in. Ik adem uit. Mijn bloed blijft gewoon van mij. Er prikt niet één mug door mijn veel te dure legging heen. Dat noem ik pas innerlijke rust. Pure spirituele verlichting, zonder dat ik achteraf een halve liter Sudocrem op mijn ledematen hoef te smeren.
Wildplassen is voor amateurs
En laten we nog een romantisch natuurbeeld doorprikken. Back to basics klinkt fantastisch. Tot je midden in de nacht wakker wordt. Het regent. Je moet nodig naar de wc. En ineens blijkt dat je behoefte doen in de natuur vooral leuk klinkt in documentaires. Niet in het echt. Niet in mijn bos.
Mijn huisje beschikt uiteraard over een moderne badkamer. Met warm stromend water. Een fatsoenlijke douche. Een comfortabel toilet. En een feilloos werkende rioolaansluiting. Hoe die rioolaansluiting diep in een verlaten bos terechtkomt? Geen idee. Dat lijkt me een probleem voor de gemeente. In mijn fantasie werkt alles perfect. De bosgrond ruikt naar dennennaalden. Mijn badkamer naar frisgewassen handdoeken. Iedereen tevreden.
Ecologisch verantwoord comfort
Natuurlijk liggen er zonnepanelen op het dak. Ik ben tenslotte geen barbaar. Die stroom voedt niet alleen mijn auto, maar ook de werkelijk essentiële onderdelen van het moderne leven:
Een wasmachine. En een droger. Want laten we realistisch blijven. Ik ga niet vrijwillig mijn kleding met de hand staan uitspoelen in een beekje terwijl een nieuwsgierig hert toekijkt. Mijn handdoeken horen warm en pluizig uit de droger te komen. Punt. En terwijl de zonnepanelen hun werk doen, zit ik binnen bij een knisperend haardvuur. Niet om urenlang diep in de vlammen te kijken op zoek naar mijn innerlijke zelf. De blikvanger van de woonkamer is namelijk een gigantische televisie. Met Champions League. Terwijl buiten de uilen roepen en de herten door het bos zwerven, zit ik binnen boos te worden op een videoscheidsrechter. Volledig in harmonie met de natuur.
De bezorgservice van verlichting
Er blijft natuurlijk één belangrijk logistiek vraagstuk over. Hoe kom ik aan mijn boodschappen? Moet ik daarvoor urenlang terugrijden naar de bewoonde wereld? Absoluut niet. Dat zou volledig indruisen tegen het concept. Die oprit ligt er immers niet alleen voor mij. Die ligt er ook voor de boodschappenbezorger. Echte spirituele rust bereik je pas wanneer er een elektrisch bestelbusje over je privé-oprit komt aanrijden. Wanneer iemand drie kratten boodschappen tot aan je deur tilt. En wanneer je beseft dat je de natuur kunt ervaren zonder ooit een supermarkt van binnen te hoeven zien. Survival of the fittest? Welnee. Survival of the AH Bonuskaart.
De harde realiteit
Het is een prachtig concept. Een ecologisch verantwoorde houten hut in een gigantisch privébos. Met een insectenvrij meer. Een laadpaal. Een rioolaansluiting. Een wasmachine. Champions League. En een Albert Heijn-bezorger die bereid is de wildernis te trotseren zodat ik nooit zonder cola kom te zitten. Kortom: Volledig terug naar de natuur. Maar dan wel met alle voordelen van de beschaving. Het enige probleem is dat ik mezelf inmiddels redelijk goed ken. Stel dat ik ooit daadwerkelijk in dat droomhuisje terechtkom. De stilte is perfect. De vogels zingen. De muggen zijn verdwenen. De boodschappen zijn geleverd. De zonnepanelen draaien overuren. De vaatwasser maakt nauwelijks geluid. Dan geef ik het ongeveer twintig minuten. Hooguit vijfentwintig als Ajax voorstaat. Want vroeg of laat gebeurt onvermijdelijk hetzelfde. Dan ligt er een blad op mijn patio. Dan blijkt het geritsel van de bomen ineens irritant. Dan is de wifi nét niet snel genoeg voor een Champions League-stream. Of er verschijnt een spin die qua formaat angstaanjagend dicht in de buurt komt van een middelgrote labrador. En voor ik het weet zit ik op een terras in de bewoonde wereld te vertellen dat wonen in een bos zwaar wordt overschat.
Misschien is dat uiteindelijk wel het echte probleem. Niet de drukte. Niet de pubers. Niet de muggen. Niet eens de was. Misschien neem je jezelf overal gewoon mee naartoe. Zelfs naar je happy place. Misschien bestaat de ultieme rust helemaal niet. Of misschien bestaat die wel, maar duurt hij precies twaalf minuten voordat je brein besluit een nieuw probleem te zoeken. En eerlijk? Dat is waarschijnlijk maar goed ook. Want zodra ik volledig zen zou worden, had ik vermoedelijk niets meer om over te schrijven. En dat lijkt me uiteindelijk nog veel erger dan een muggenbeet tijdens yoga.
Disclaimer: Alle meningen in deze blog zijn tijdelijk, licht verteerbaar en 100% politiek-vrij. Eventuele overeenkomsten met serieuze standpunten berusten op toeval en een gebrek aan koffie.


Leave a comment