Het leven van Suus kabbelt. En daar is helemaal niks mis mee. Sterker nog, Suus is groot voorstander van kabbelen. Laat andere mensen maar uit vliegtuigen springen, tijdens een yogaretraite op Bali ontdekken wie ze werkelijk zijn of op hun 53ste ineens een motor kopen omdat ze “nu eindelijk voor zichzelf kiezen”. Suus weet allang wie ze is.
Ze is die vrouw die op zaterdagochtend het liefst rustig door de Albert Heijn loopt, gelukkig kan worden van koffie waar niemand ondertussen iets van haar wil en geen enkele behoefte voelt om voor haar persoonlijke ontwikkeling blootsvoets een berg in Peru te beklimmen. Ze hoeft niet uit haar comfortzone. Ze heeft die comfortzone niet voor niets jarenlang zorgvuldig ingericht. Prima bank. Goede koffie. Centrale verwarming. Waarom zou je daar in godsnaam uit willen?
Maar waar Suus haar leven zorgvuldig heeft ingericht op aangenaam kabbelniveau, heeft haar lichaam recentelijk besloten dat er behoefte was aan wat meer spektakel. De overgang heeft namelijk haar intrek genomen. Niet voorzichtig. Niet met een beleefd klopje op de deur. Nee. De overgang heeft een vijandige overname gepleegd. Ze is binnengevallen, heeft de complete directie naar huis gestuurd, de thermostaat uit de muur getrokken en inmiddels meerdere afdelingen van Suus’ lichaam onafhankelijk verklaard. Er is geen ondernemingsraad geraadpleegd. Geen inspraakronde geweest. Helemaal niks. Suus mag alleen nog toekijken.
Haar interne thermostaat kent inmiddels twee standen: diepvries en crematorium. Haar nachtrust is vervangen door een soort nachtprogramma waarbij ze rond 02.13 uur wakker wordt omdat ze het bloedheet heeft, om 03.07 uur moet plassen en om 04.26 uur ineens ligt na te denken over iets gênants wat ze in 1998 tijdens een personeelsfeest heeft gezegd. Alsof daar om half vijf ‘s nachts nog iets aan te doen valt. En dan haar gezicht. Daar moeten we het even over hebben. Want begrijp Suus niet verkeerd. Suus is vóór natuurlijk ouder worden. Enthousiast zelfs. Ze vindt dat vrouwen hun leeftijd moeten omarmen. Dat we ons niet gek moeten laten maken door Instagramfilters, schoonheidsidealen en vrouwen van 62 die op sociale media beweren dat hun volledig gladde voorhoofd het gevolg is van veel water drinken en iedere ochtend een handvol bosbessen. Tuurlijk, Gerda.
De bosbessen. Suus roept al jaren dat iedere rimpel een stukje leven vertelt. Prachtig. Inspirerend ook.
Tot je op een willekeurige dinsdagochtend zelf voor de spiegel staat en ontdekt dat je mond inmiddels wordt geflankeerd door twee infrastructuurprojecten waar Rijkswaterstaat jaloers op zou zijn. Toen bleek haar principiële standpunt verrassend onderhandelbaar. Want een paar lachrimpeltjes? Prima.
Die heeft ze verdiend. Kraaienpootjes? Ook goed. Daar heeft tenminste nog iemand plezier voor gehad. Maar die diepe groeven langs haar mond? Waar komen díé ineens vandaan? Suus heeft ernaar gekeken. Van links. Van rechts. Met haar bril op. Zonder bril. Wat achteraf veruit de prettigste methode bleek. Ze heeft haar huid omhooggetrokken, haar mond naar voren geduwd en op enig moment zelfs geprobeerd hoe ze eruitzag als ze haar hoofd iets schuin hield en tegelijkertijd haar nek strekte. Na ongeveer tien minuten moest ze toegeven dat ze niet meer naar een volwassen vrouw stond te kijken, maar naar een guppy met nekklachten. En toch bleven die groeven. Van voren begint Suus inmiddels verdacht veel weg te krijgen van zo’n enorme kwijlhond.
Nog een paar millimeter en iemand zet een bak water naast haar neer en zegt: “Af, Suus.” Nee. Tot hier. Er zijn grenzen.
Dit is géén ijdelheid
Daar wil Suus trouwens volstrekt duidelijk over zijn. Dit heeft niets met ijdelheid te maken. Niks. Dit is onderhoud. Preventief onderhoud zelfs. Mensen laten hun kozijnen toch ook schilderen? Als de fundering van je huis verzakt, gaat er toch ook niemand naast je staan roepen dat je “het natuurlijke proces moet omarmen”? Precies. En niemand zegt tegen een auto bij 120.000 kilometer: “Ach joh, die distributieriem vertelt gewoon het verhaal van alle mooie reizen die je samen hebt gemaakt.” Nee.
Dan gaat dat ding naar de garage. Dus. Suus gaat naar de garage. Of beter gezegd: naar een cosmetisch arts. Voor de groeven.
Ze wil haar gezicht niet veranderen. Ze wil het alleen graag even terugbrengen naar de situatie van vóór de hormonale grondverzakking. Dat is iets totaal anders. Vindt Suus. En aangezien het haar gezicht is, heeft ze de stemming met één stem voor en nul stemmen tegen aangenomen. Motie gedragen.
Enter dokter Bibber
De beste man heeft uiteraard gewoon een naam. Maar die doet er niet toe. We noemen hem dokter Bibber. Niet omdat hij daadwerkelijk bibbert. Dat hoopt Suus tenminste niet, want de man gaat straks met een naald richting haar gezicht en daarbij is een zekere mate van motorische stabiliteit toch wel een harde functie-eis. Nee, dokter Bibber heet dokter Bibber omdat Suus erheen gaat voor iets waar ze dapper over probeert te doen terwijl haar hersenen ondertussen “NAALD IN JE GEZICHT” in neonletters door haar schedel laten knipperen. Maar natuurlijk blijft het daar niet bij. Want tegen de tijd dat de afspraak nadert, heeft haar fantasie zich ermee bemoeid. En dokter Bibber heet inmiddels geen dokter Bibber meer. Hij heet Antonio Bibberati. Uiteraard een Italiaan. Lang. Donker haar. Een subtiel gebruinde huid. Een kaaklijn waarop je Parmezaanse kaas kunt raspen. Perfecte tanden. En handen die niet prikken, maar aanraken. In Suus’ hoofd heeft Antonio ook geen behandelkamer op de tweede verdieping van een bedrijfsverzamelgebouw naast een hypotheekadviseur en een toko in laserprinters. Welnee. Antonio heeft een privékliniek aan het Comomeer. Met marmer. Veel marmer.
Hij draagt een hagelwitte doktersjas die duidelijk speciaal voor hem op maat gemaakt is en onder die jas zit vermoedelijk een overhemd dat precies één knoop verder openstaat dan medisch noodzakelijk.
Ergens buiten staat zijn Maserati. Natuurlijk zwart. En als Suus binnenkomt, kijkt hij op van haar dossier.
Langzaam. “Ah… Susanna.” Niemand noemt haar Susanna. Antonio wel. Antonio mag dat.
Jaren studie. Volledig voor niets.
Suus weet trouwens precies waar dit vandaan komt. Doktersromannetjes. Daar heeft ze er vroeger namelijk een hoeveelheid van gelezen die achteraf bijna als een opleiding beschouwd kan worden.
Alleen zonder diploma. Steeds hetzelfde verhaal. Op pagina drie verscheen een onwaarschijnlijk knappe arts. Meestal chirurg. Soms kinderarts, maar dan wel eentje met brede schouders en een gecompliceerd verleden. De vrouw in kwestie vond hem arrogant. Hij vond haar onmogelijk. Daarna hadden ze ongeveer 147 pagina’s nodig om erachter te komen wat Suus op pagina zes al wist.
Die twee moesten gewoon zoenen. Dat deden ze dan ook. Op de laatste pagina. Hoeveel van die boekjes Suus heeft gelezen voordat ze ontdekte dat je ook gewoon onmiddellijk naar de laatste pagina kon bladeren? Je wilt het niet weten. Jaren. Járen van haar leven. Weg. Ze had in die tijd Italiaans kunnen leren. Dat was nu tenminste nog van pas gekomen bij Antonio.
Terug naar de werkelijkheid
Op de dag van de afspraak stapt Suus de kliniek binnen. Geen Comomeer. Geen Maserati. Geen marmerpaleis waar zacht Italiaanse operamuziek door de gangen zweeft. Wel een receptioniste. Een desinfectiepompje. En een wachtruimte met tijdschriften die niemand ooit vrijwillig leest. Suus neemt plaats. Ze probeert heel nonchalant een tijdschrift open te slaan, alsof ze hier wekelijks komt.
Alsof zij het soort vrouw is dat tussen tandarts en kapper door regelmatig even wat onderhoud aan haar gezicht laat uitvoeren. Van binnen is het een ander verhaal. Want voor alle duidelijkheid: er gaat straks iemand met een naald in haar snavel. Vrijwillig. En ze heeft er nog voor betaald ook. Dan gaat de deur open. Dokter Bibber. Suus kijkt op. O. Nou. Kijk eens aan. Dat valt bepaald niet tegen.
Niet helemaal Antonio aan het Comomeer, maar beslist ook geen man van wie je denkt: jammer, had ik toch maar botox bij de dierenarts geboekt. Dat maakt de situatie onmiddellijk een stuk ingewikkelder. Want Suus had vragen voorbereid. Serieuze vragen. Volwassen vragen. Verantwoorde vragen van een vrouw die precies weet wat ze doet. Alleen had ze in haar voorbereiding geen rekening gehouden met het feit dat dokter Bibber ogen zou hebben. En haar zou aankijken. “Komt u verder.”
Jazeker, dokter. Suus komt verder. Ze gaat zelfs overal heen waar u dat op deze toon vraagt.
Eerst even wat vragen aan Don Juan
Maar voordat Don Juan met zijn naald in haar snavel mag, moet er gepraat worden. Suus heeft namelijk onderzoek gedaan. Niet professioneel onderzoek natuurlijk. Google. Dat is bij Suus min of meer hetzelfde. En na een avond internetten weet ze dat fillers verschrikkelijk gevaarlijk zijn, volkomen onschuldig, onmiddellijk opgelost worden, jarenlang blijven zitten, je tien jaar jonger maken en ervoor kunnen zorgen dat je gezicht eraf valt. Allemaal tegelijk. Het internet is een heerlijk duidelijke plek.
Dus heeft Suus vragen. Veel vragen. “Hoe lang blijft het zitten?” Dokter Bibber legt het uit. “En wat zit er precies in?” Hij legt het uit. “En waar gáát het heen als het er niet meer zit?” Weer uitleg. Suus knikt ernstig. Alsof ze alles begrijpt. Dat doet ze niet. Maar er rest nog één belangrijke kwestie. “En kan ik daarna gewoon nog koffie drinken?” Dokter Bibber kijkt haar aan. “Drinken?” “Uit een kopje.” Stilte.
“Koffie. Wijn. Water desnoods. Dat het niet hier zo…” Suus maakt met haar handen een beweging rond haar mond die medisch waarschijnlijk weinig verheldert. “…langs loopt.” Dokter Bibber verzekert haar dat drinken geen probleem zal zijn. Mooi.
Want ouder worden is één ding, maar als de koffie straks rechtstreeks langs haar mondhoek haar beha inloopt, heeft die hele behandeling natuurlijk geen enkele zin gehad. Dan komt de vraag. De vraag waarop Suus zich niet heeft voorbereid. Dokter Bibber kijkt naar haar gezicht en zegt: “Vertelt u eens. Waar stoort u zich precies aan?” Suus kijkt hem aan. Hoe lang heeft u? Want nu hij het vraagt, zou ze graag beginnen bij haar mond, maar als hij toch bezig is, kunnen ze misschien ook even praten over haar hals, die sinds kort een eigen visie op zwaartekracht lijkt te hebben. En die ene wenkbrauw.
En waarom haar linker ooglid ‘s ochtends tegenwoordig later wakker wordt dan de rest van haar gezicht. Maar nee. Focus. Suus wijst naar de groeven. “Deze.” Dokter Bibber kijkt. Voelt. Bestudeert. Suus zit doodstil. Dit is het moment. Antonio Bibberati buigt zich over haar heen. In haar hoofd klinkt Italiaanse muziek. Er waait ergens een zacht briesje vanaf het Comomeer. “Ah, Susanna…” Dan zegt dokter Bibber: “Ja, ik zie wat u bedoelt.” Nou. Gezellig. Bedankt.
Suus wil helemaal geen twintig zijn
Voor de zekerheid legt Suus uit wat ze níét wil. Geen compleet ander gezicht. Geen mond die drie seconden eerder een kamer binnenkomt dan de rest van haar lichaam. Geen jukbeenderen waarmee ze pakketjes kan opensnijden. En ze hoeft er ook geen twintig meer uit te zien. God verhoede. Op haar twintigste had ze nauwelijks geld, totaal geen idee wie ze was en dacht ze waarschijnlijk dat bruin lippenpotlood met beige lipstick een uitstekende keuze was. Nee hoor. Die leeftijd heeft ze gehad. Was gezellig. Laat maar. Suus wil gewoon haar eigen gezicht houden. Alleen dan iets minder…
Ze zoekt naar het juiste woord. “Verzakt.” Dokter Bibber glimlacht. Kijk. Antonio begrijpt haar. Het gaat Suus namelijk helemaal niet om jonger worden. Suus wil inspraak. Dat is alles. Als haar lichaam zo nodig een omvangrijke renovatie wil uitvoeren, prima. Maar dan graag eerst even de bouwtekeningen op tafel. Wat gaan we doen? Waarom? Wat kost het? En wie heeft in vredesnaam toestemming gegeven voor die twee afwateringssloten naast haar mond? Niet Suus.
De naald
En dan komt hij. De naald. Ineens is Antonio niet belangrijk meer. Het Comomeer kan haar gestolen worden. De Maserati ook. Er staat een man met een scherp voorwerp naast haar hoofd. “Ontspant u maar.” Ja hoor. Goed idee. Dat Suus daar zelf niet aan gedacht heeft. Ontspannen. Terwijl er een naald haar gezicht nadert. Misschien kan hij hierna ook voorstellen dat ze tijdens een woningbrand gewoon even lekker gaat liggen. Ze sluit haar ogen. Niet kijken. Gewoon ademen. Denk aan het eindresultaat. Denk aan een gladder gezicht. Denk aan Antonio. Prik. “Au.” “Dat was hem al.” O. Suus opent één oog. Dat viel mee. Nog een prik. En nog één. En terwijl dokter Bibber rustig verder werkt, gebeurt er iets onverwachts. Suus wordt stoer. Naald? Welke naald? Meid, doe er nog één. Ze ligt daar inmiddels alsof ze al jaren persoonlijk verantwoordelijk is voor de omzet van de complete cosmetische industrie. Totdat dokter Bibber zegt: “Zo. Klaar.” Klaar? Nu al? Suus gaat overeind zitten en kijkt voorzichtig in de spiegel. Ze ziet… Zichzelf. Gewoon Suus. Geen twintigjarige. Geen Instagramfilter. Geen compleet nieuw hoofd. Maar Suus. Misschien is dat uiteindelijk precies wat ze wilde. Niet terug in de tijd. Niet iemand anders worden. Gewoon af en toe tegen de overgang kunnen zeggen: Leuk geprobeerd, schat. Maar over dit gedeelte ga ik toch echt zelf. De vijandige overname is tenslotte al ver genoeg gevorderd. De thermostaat hebben ze. Haar nachtrust hebben ze. Haar geheugen is op sommige dagen ook al zoek, al weet Suus niet zeker of de overgang dat gedaan heeft of dat ze haar geheugen gewoon ergens heeft neergelegd en vergeten is waar. Maar haar gezicht? Daar heeft ze nog stemrecht. En als iemand daar moeite mee heeft omdat vrouwen hun rimpels gewoon zouden moeten “omarmen”?
Prima. Komt Suus persoonlijk een pot dagcrème brengen. Kunnen ze die lekker gebruiken terwijl zij rustig een vervolgafspraak maakt met Antonio. Want jezelf accepteren is belangrijk. Maar een mens hoeft ook niet álles te pikken.
Disclaimer: Suus is geen arts, cosmetisch deskundige of anderszins bevoegd om met scherpe voorwerpen in gezichten te prikken. Deze blog is humor, geen medisch advies. Voor medische vragen gaat Suus naar een echte deskundige. Voor alle overige problemen vertrouwt ze voorlopig op koffie, zelfspot en volledig ongefundeerde gesprekken met zichzelf.

Leave a Reply